Gebed vóór de lezing   [ Lees verder . . . ] Laat stralen in onze harten, menslievende Heer, het zuivere licht van Uw goddelijke kennis en open de ogen van ons verstand om de verkondiging van Uw Evangelie te begrijpen. Plant in ons het ontzag voor Uw zalige geboden, zodat wij al onze vleselijke begeerten vertreden en een geestelijke levenswijze leiden en U behagen in al ons denken en doen. Want Gij zijt de verlichting van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij de lof evenals tot Uw beginloze Vader en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vorige dag           volgende dag


31 december - zondag voor theofanie -

Prokimen     toon 6          (ps. 27)

Red, Heer, Uw volk * en zegen Uw erfdeel.

Tot U, Heer heb ik geroepen; mijn God blijf niet zwijgen tegenover mij.


APOSTEL

pericoop 298 (II Tim 4 : 5-8)

Lezing uit de tweede brief van Paulus aan Timotheüs,

Mijn kind Timotheüs, wees waakzaam in alles. Aanvaard het lijden. Doe het werk van een evangelie-verkondiger. Wijd u ten volle aan uw dienst. Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Verder ligt voor mij klaar de krans der gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

Alleluja     toon 4          (ps. 66)

God, wees ons barmhartig en zegen ons.

Laat Uw aangezicht over ons lichten en ontferm U over ons.

- zondag voor theofanie -

EVANGELIE

in de Metten: Jh pericoop 64 - het 8e opstandingsevangelie (Jh 20 : 11-18)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes,

In die tijd stond Maria wenend buiten bij het graf en terwijl zij weende, boog zij zich voorover naar het graf en zij zag twee engelen in witte kleren zitten, één aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde van de plaats waar het lichaam van Jezus gelegen had; en zij zeiden tegen haar: ‘Vrouw, waarom weent u?’ Zij zei tegen hen: ‘Omdat zij mijn Heer weggenomen hebben, en ik niet weet waar zij Hem hebben neergelegd.’ En toen zij dit gezegd had, keek zij om en zag Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was. Jezus zei tegen haar: ‘Vrouw, waarom weent u? Wie zoekt u?’ Zij dacht dat het de tuinman was, en zei tegen Hem: ‘Mijnheer als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd en ik zal Hem gaan halen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Zij keerde zich om en zei tegen Hem: ‘Rabboeni!’ Dat betekent: Meester. Jezus zei tegen haar: ‘Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar Mijn Vader en jullie Vader, naar Mijn God en jullie God.’ Maria Magdalena ging de leerlingen vertellen dat zij de Heer gezien had en dat Hij dit tegen haar gezegd had.

in de Liturgie: Mc - pericoop 1 (Mc 1 : 1-8)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus,

Begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja:
Zie, Ik zend mijn engel voor uw aangezicht uit,
die uw weg bereiden zal;
een stem van een roepende in de woestijn:
Bereidt de weg des Heren,
maakt recht zijn paden,
zo trad Johannes de Doper op in de woestijn en predikte de doop van de bekering tot vergeving van zonden. En het gehele Joodse land liep naar hem uit en alle bewoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, onder belijdenis van hun zonden. En Johannes droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen, en hij at sprinkhanen en wilde honing. En hij predikte en zei: ‘Na mij komt Hij, Die machtiger is dan ik, tegenover Wie ik niet waard ben mij neer te buigen om zijn schoenriem los te maken. Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.’